Mount

Uit Linuxdocs.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

Nieuwe gegevensdragers benaderen

Hier beschrijf ik hoe u nieuwe gegevensdragers kunt benaderen en installeren onder Linux, zoals vasteschijven, CD's, diskettes, MOdisks, zip-disks enz onder Linux kunt benaderen voor zover deze onder Linux worden ondersteund. In dit verband ga ik ook wat dieper in op de commando's mount en umount dan tot nu toe het geval is geweest.

Het commando mount kan van een aantal parameters worden voorzien. Om deze niet elke keer weer opnieuw te hoeven opgeven, kunt u dergelijke commando's opnemen in het bestand /etc/fstab. Hiermee kunt u bijvoorbeeld opgeven dat de bestanden op een gegevensdrager alleen mogen worden gelezen en of ook gewone (niet root) gebruikers het recht hebben het commando mount uit te voeren.
Hulp bij het instellen en het beheer van dit bestand levert het programma linuxconf dat verderop word toegelicht. In de volgende paragrafen komen we nog op terug op de betekenis van het bestand /etc/fstab.

Gegevensdragers integreren met het commando mount

Bij het mount-commando hoeft u slechts drie parameters op te geven om een gegevensdrager in het systeem op te nemen. Deze parameters bestaan uit de gegevensdrager die moet worden gekoppeld, welk bestandssysteem op deze gegevensdrager aanwezig is en via welke directory de inhoud ervan beschikbaar moet zijn. Wanneer deze gegevens worden opgenomen in het al genoemde /etc/fstab, kunt u voortaan volstaan met het opgeven van alleen de directory.

Ondersteunde gegevensdragers

Naast de nu al besproken vaste schijven, CDrom stations en diskettestations worden onder andere ook MO stations en zip drive's ondersteund. U kunt alle stationstypen gebruiken waarvoor de Linux kernel ondersteuning biedt. Al deze gegevensdragers worden uiteindelijk benaderd via een bijbehorend apparaatbestand in de directory /dev.

Beschikbare bestandssystemen

Een gegevensdrager kan op verschillende manieren geformatteerd zijn. Wanneer het desbetreffende bestandssysteem door linux wordt ondersteund, kunnen de gegevens op het opslag medium worden gelezen en, afhankelijk van het bestandssysteem ook worden geschreven.
Welke bestandssystemen Linux precies ondersteund, is afhankelijk van de aanwezige Linux kernel. Ook biedt Linux ondersteuning voor het DOS-bestandssysteem, dan is het mogelijk dat deze ondersteuning in de Linux kernel is uitgeschakeld. Dat houdt in dat alleen bij een geactiveerde bestandssysteemmodule het bijbehorende bestandssysteem benadert kan worden.
Is het programma mount niet in staat om automatisch het bestandssysteem expliciet worden opgegeven.

Directory

Als derde parameter moet de directory worden opgegeven via welke de gegevensdrager beschikbaar is. Deze directory moet al voor het mount commando worden gemaakt. Gebruik daarvoor het commando mkdir.
Deze directory moet leeg zijn, want tijdens de koppeling met een gegevensdrager worden alle bestanden in deze directory bedekt, wat overigens niet tot gevolg heeft dat deze bestanden worden gewist. Ze zijn alleen pas weer beschikbaar wanneer u het commando umount hebt gegeven.

De mount commandoregel

De commando regel voor mount heeft de volgende vorm. De volgende voorbeelden lichten het gebruik van dit commando toe.

[root@michaell.nl root]# mount -t <type> <apparaatbestand> <directory> 

Voorbeeld 1: een cd mounten

Aangenomen dat het apparaatbestand van uw SCSI/S-ATA cdrom-station /dev/scd0 is en er een cd via de directory /mnt/cdrom beschikbaar is, geeft u dit commando:

[root@michaell.nl root]# mount -t iso9660 /dev/scd0 /mnt/cdrom

In de regel wordt een verwijzing naar het juiste apparaatbestand onder de naam /dev/cdrom gemaakt. Zodat u inplaats ven /dev/scd0 ook /dev/cdrom kunt gebruiken. Het commando ziet er dan zo uit:

[root@michaell.nl root]# mount -t iso9660 /dev/cdrom /mnt/cdrom

Voorbeeld 2: Een windows 95 partitie mounten

Stel dat u windows95 op de vasteschijf partitie /dev/hda1 hebt geïnstalleerd en via de directory /win95 toegang heeft. Omdat windows het bestandssysteem vfat gebruikt, ziet de commandoregel er als volgt uit.

[root@michaell.nl root]# mount -t vfat /dev/hda1 /win95

Het commando umount

Een toekenning die met mount tot stand is gebracht kan met het commando umount worden vrijgegeven. De bijbehorende koppeling kan als het apparaatbestand of als de directory word vrijgegeven.
In de bovenstaande voorbeelden kunt u de koppelingen als volgt ongedaan maken: in het eerste geval umount /dev/cdrom of met umount /mnt/cdrom in het tweede geval met umount /dev/hda1 of met umount /win95.

Het gebruik van verwisselbare media

Terwijl er een toekenning bestaat tussen de gegevensdrager en een directory, mag de gegevensdrager niet uit het cdrom station worden verwijdert. Cdrom stations ondersteunen ook dit mechanisme, wat inhoud dat het nu niet mogelijk is de cd uit het station te verwijderen tot u het commando umount geeft.
Een diskettestation werkt echter mechanisch en er kan dus niet worden verhindert dat een diskette zonder dit commando verwijdert kan worden. In UNIX workstations worden daarom elektronische diskettestations ingebouwd, die de diskette pas na het commando umount automatisch uitwerpen. Dit mechanisme zorgt ervoor dat een gegevensdrager pas kan worden verwijdert wanneer geen enkele gebruiker deze nodig heeft. Dit is vooral binnen een netwerk van belang en wordt daarom door het umount commando gecontroleerd.

Problemen met mount en umount verwijderen

De toegekende directories mogen tijdens het opgeven van een mount of umount commando niet in gebruik zijn. Dat betekent dat u bij het opgeven van een van deze commando's niet in deze directory mag zijn. Wanneer u dat toch doet dan zal het commando mislukken.


De bestanden /etc/mtab en /etc/fstab

In het bestand /etc/mtab worden alle koppelingen tussen stations en directories opgenomen. De inhoud van het bestand kunt u bijvoorbeeld met het commando cat /etc/mtab laten weergeven. U kunt ook het commando mount zonder parameters geven. Er wordt dan een lijst met toekenningen getoond, bijvoorbeeld het volgende:

/dev/sdb4 on / type ext2 (rw)
none on /proc type proc (rw)
/dev/sda1 on /mnt/dos type vfat (rw)
/dev/sdc4 on /mnt/zip type vfat (rw)
/dev/scd0 on /mnt/cdrom type iso9660 (ro)

In het bestand /etc/fstab kunnen de meest gebruikte mount commando's in een vaste notatie worden opgenomen. U kunt dergelijke vermeldingen beter niet zelf aanbrengen, maar voor dat doe het programma linuxconf gebruiken. Het mount programma gebruikt de vermeldingen in dit bestand, zodat het in het vervolg voldoende is bij et commando alleen de directory op te geven, dus mount /mnt/floppy
Het bestand /etc/fstab heeft een speciale betekenis voor de systeemstart. Dit bestand wordt namelijk geraadpleegd om te zien welke gegevensdragers automatisch in de directoryboom worden geïntergreerd. Ook deze vermeldingen kunt u het beste met linuxconf opgeven
In dit bestand vindt u verdere wisselbereiken die eveneens tijdens de systeemstart worden geactiveerd. Alleen wordt voor dat doel niet het commando mount gebruikt.



How-TO's | Hoofdpagina | Linux Nieuws | Externe links | Help